Hoe politiek is punk? In de DDR was het duidelijk: Ostpunks werden opgejaagd door de Stasi. De ‘fuck you’-muziek van National Wake was verboden onder de apartheid. Maar anno 2026 lijkt het activisme terug, van Nederland tot Zuid-Afrika.
Inge Schelstraete
10 juli 2026
50 jaar punk
No future forever! Punk is 50 en in topvorm. Een hele zomer lang vertellen we over punk en politiek, punk vóór de punk, punk na de punk, punk in de kunsten, en meer. Afspraak: hier.
Stel je voor: je loopt in Berlijn een expo binnen over fans van ‘alternatieve’ muziek in de DDR. Wat zijn er veel foto’s van die Ostpunks, en zo spontaan … O nee: sta je te kijken naar foto’s van de Stasi, de beruchte Oost-Duitse veiligheidspolitie, genomen met verborgen camera’s?
Van eind jaren 70 tot de val van de Muur, bevestigt muziekjournalist Tim Mohr in zijn boek Burning down the Haus, was de Stasi inderdaad meer bezorgd om punks dan om politieke dissidenten. Ze droegen gescheurde en besmeurde kleren – zo leek het of de socialistische welzijnsstaat zijn burgers niet eens kon kleden. Ze lazen anarchisten als Bakoenin. De staat ontmantelen? Dat was een direct gevaar voor een staat die op je elfde besliste welke studies je zou doen en daarna een job voor je klaar had.
Stel je voor: je loopt The Showroom in Noord-Londen binnen, voor een expo over The Slits – de meidengroep, volgens onder meer Kurt Cobain een van de invloedrijkste punkbands ooit, komt uit de buurt van het kunstencentrum. Maar kunstenares Angela Ferreira trekt de lijn van The Slits naar een Zuid-Afrikaanse punkgroep, National Wake. Hun songs ‘Black punk rockers’ en ‘International news’ knallen uit de geluidsinstallatie alsof ze gisteren zijn gemaakt, niet in 1981. De band, bestaande uit de zwarte broers Gary en Punka Khoza, en de blanke Steve Moni en Ivan Kadey, was volgens het apartheidsregime 100 procent illegaal. Ze mochten niet in hetzelfde huis wonen, samen muziek maken of optreden. “Ons leven stond haaks op het overheidsbeleid”, zegt Kadey in de film This is National Wake (2022). “Onze muziek was ‘fuck you’-muziek.”
“Racisme was diep verankerd in het politieke systeem”, zegt Ferreira. Zelfs de universiteiten waren gesegregeerd. “Mijn kunstacademie was vrij progressief, we smeedden vriendschappen over de kleurengrenzen heen. Daar moest je wel moeite voor doen. Onder de uitgebreide Group Areas Act kon je gearresteerd worden omdat je met iemand sliep van een andere kleur, zelfs omdat je met een zwarte persoon danste. Er waren veel interessante punkgroepen in Zuid-Afrika, Wild Youth bijvoorbeeld, maar de duidelijke politieke positie van National Wake was uniek.”
Hoe politiek is punk? Anarchopunkbands als Crass, gevormd in 1977, protesteerden geweldloos tegen de Falklandoorlog of kernenergie. Ze hadden een eigen platenlabel om de prijs van hun platen laag te houden. Ze woonden in een commune en waren zelfvoorzienend: eigenlijk waren het hippies met bottines, meer kampioenen van de ‘do it yourself’-cultuur dan politieke activisten.
Rock Against Racism
Andrew Renton, curator van de expo Slits are girls en levenslang gepassioneerd door punk, denkt aan Rock Against Racism, de optredens en tournees die The Clash en Sham 69 in 1978-1979 organiseerden met reggae- en skagroepen als Steel Pulse en The Specials, tegen het racistische National Front dat “Groot-Brittannië blank” wilde houden – en steun kreeg van Eric Clapton, die nota bene een hit had met Bob Marleys ‘I shot the sheriff’. “Een van de echt belangrijke dingen aan punk is de integratie”, zegt Renton. “Het ging op zoek naar bondgenoten en vond die ook. Rock Against Racism kwam eruit voort. Ik was voor punk niet politiek actief, nadien wel.”
De politieke betrokkenheid van punkbands ebt af en aan. In de jaren 90 was de poppunk van Green Day en The Offspring populair. Toen Green Day in 2004 American idiot uitbracht, haakten veel fans af vanwege hun kritiek op George W. Bush en de Irakoorlog.
Maar met bands als Bob Vylan en Lambrini Girls zijn de activisten tegenwoordig terug. Abel van Gijlswijk, zanger van de Nederlandse punkgroep Hang Youth, staat straks met rapper Sef en hun project IJsland op de Lokerse Feesten en Pukkelpop. Sef zag zijn publiek jonger worden naarmate hij maatschappijkritischer werd. “Ik ben dat jonge publiek al gewend van met Hang Youth,” zegt Van Gijlswijk, “maar ik denk wel dat de jongere kids bozer zijn dan de oudere kids.”
Too much future
Er zijn dus landen waar de overheid beslist dat je een politiek activist bent. Begin jaren 80 ontstond in de DDR een punkscene met bands als Namenlos en Planlos in Berlijn, en Schleim-Keim en Wutanfall in Leipzig. (Nina Hagen, voor ons de bekendste Duitse punk, werd met haar moeder al ‘geëxpatrieerd’ eind 1976, en maakte de punk aan de andere kant mee.) De Stasi maakte hen het leven onmogelijk. Eén telefoontje naar hun werk en ze werden ontslagen, en werkloosheid was strafbaar. Spelen zonder Einstufung, een vergunning voor muzikanten, was strafbaar. Als hun identiteitskaart werd vervangen door een ‘PM 12-document’, konden ze te allen tijde worden verhoord.
Chaos, de zanger van Wutanfall, werd vanaf 1983 soms vier keer per week opgepakt. Ondervragingen duurden lang en waren hardhandig. De band Namenlos werd na zijn derde optreden gearresteerd wegens de song ‘Nazis wieder in Ostberlin’, felle kritiek op het DDR-regime. Zangeres Jana en gitarist A-Micha kregen anderhalf jaar gevangenisstraf. Het motto van de Ostpunks was niet ‘no future’, maar ‘too much future’. Een bekende graffito adviseerde actie: “Ga niet dood in de wachtkamer van de toekomst.”
In Kaapstad ontdekte Ferreira de punk in de bibliotheek van haar kunstacademie, in het Britse muziekblad NME. “Het klassieke Sex Pistols-verhaal: de jongens, de mode. Maar punk was de muziek én de politieke inhoud. Misschien zagen we er te veel in, maar de Pistols die over de Queen zongen, was voor ons volkomen politiek; de koningin was tot 1962 ons staatshoofd.”
Echt betekenis kreeg punk toen ze The Slits ontdekte. “Punk was voor boze witte jongens. Opeens waren daar vier meisjes: dat was mijn stem. En ze mengden reggae en punk; Zuid-Afrika is reggaeland, wij reisden naar Harare om Bob Marley te zien, Jimmy Cliff trad op in Kaapstad.”
En dan was er de genderpolitiek. Op de hoes van hun debuut Cut (1979) staan The Slits topless, volgesmeerd met modder. Het is nog altijd een ambigu beeld. Er zit seksualiteit in, maar de vrouwen zijn niet geseksualiseerd – nog altijd een prestatie in de muziekbusiness. “Er was toen al enorm veel geschreven over feminisme,” merkt Ferreira op, “maar hun feminisme was niet theoretisch. Zij belichaamden het feminisme in wat ze deden.” Net zoals National Wake hun verzet tegen de segregatie met aanzienlijk risico in de praktijk brachten door samen te wonen in een commune, en samen een podium op te stappen.
De nummers van National Wake waren, noodzakelijk, minder pamflettair dan die van westerse groepen. “Hadden ze ooit ‘fuck Vorster’ gezongen (John Vorster, premier en president, red.), dan waren ze in de gevangenis beland”, zegt Ferreira. Maar een song als ‘International news’ was voor jonge Zuid-Afrikanen ook een politiek statement. “De regering hield volledige controle over de media. Wij moesten naar de BBC luisteren of The Guardian vinden om te weten te komen wat er in Soweto en Khayelitsha gebeurde. Als er om de week mensen worden opgehangen in je gevangenissen, interesseert een oorlog in Joegoslavië je niet.”
Na al die jaren is Ferreira nog altijd achterdochtig als ze een officiële toestemming moet vragen. Dat er in Oost-Duitsland een punkscene was, wisten zij en haar vrienden overigens. “Er waren zoveel parallellen met de situatie bij ons. Dezelfde spanningen, het isolement dat een soort ruige stedelijke situatie creëert. De underground daar, zowel de politieke als de muzikale en de clubs, ging te werk zoals de underground in Zuid-Afrika.”
Punk in de kerk
De repressie van de Ostpunks was niet algemeen in het Oostblok. In Polen werd de onafhankelijke vakbond Solidarnosc in 1981 gelegaliseerd; de punkband Dezerter werd er al eens op de radio gedraaid, er waren grote punkfestivals. De Oost-Duitse punks vonden onderdak in kerken, die in de DDR tot op zekere hoogte werden gedoogd door de overheid. De hippies, buurtverenigingen en milieuactivisten die er vergaderden, werden geradicaliseerd toen punks er begonnen te repeteren, optreden en de stencilmachine ontdekten voor hun strooibriefjes.
Maar zeggen dat ze verantwoordelijk waren voor de val van de Muur, zoals her en der wordt beweerd, vinden velen van hen te kort door de bocht. Ze wilden niet eens een hereniging met West-Duitsland, wel een vrijere socialistische republiek. Door de hereniging verloren ze evenveel als ze wonnen.
National Wake hield op, de broers Khoza zijn overleden, slachtoffers van de aidscrisis in Zuid-Afrika. “Het land stond het soort vrijheid dat wij wilden eigenlijk niet toe: je moest voor de regering zijn, of je aansluiten bij het United Democratic Front”, zegt Ferreira. “Wij wilden gewoon bevrijd worden van het leven in segregatie. Maar racisme verdwijnt niet van de ene op de andere dag. Hoe zou het ook, met onze complexe, dramatische geschiedenis. Alles wat je doet, is in Zuid-Afrika nog steeds politiek. Maar Soweto is op dit moment een broeinest van zeer jonge muzikanten die in de binnenkoertjes zeer rauwe punk maken, bands als Twenty One Children en Shameless Band. Voor mij is de cirkel rond.”
Abel van Gijlswijk neemt noch in Hang Youth noch bij IJsland een blad voor de mond, maar kent ook de machteloosheid die je als politiek bewust mens overvalt. “Nou ja, neem nu de opwarming van de aarde. Die blijkt nog erger te worden dan waar wetenschappers al jaren voor waarschuwen. We weten hoe het komt, we weten wat eraan gedaan kan worden, je kunt de snelweg blokkeren met Extinction Rebellion, er gebeurt niets. Dat gevoel is heel zwaar.”
Vorig jaar nam hij het voortouw in de boycot van het Nederlandse festival Zwarte Cross, dat in handen is van de investeringsmaatschappij KKR, die in de bezette Palestijnse gebieden nederzettingen financiert. Sommige bands vonden dat onfair tegen het festival, dat daar zelf tegen is. Staat hij nog steeds achter de boycot? “Ja natuurlijk, alleen al omdat het besproken werd op het nieuws. De meeste mensen denken nooit over wat er aan de hand is, dus vond ik het de moeite waard.”
“Ik denk echt niet dat iemand in de regering een liedje hoort en denkt: dit ga ik anders aanpakken voortaan. Maar ik geloof wel dat muziek kan bijdragen aan bewegingen en gedachtegoed. Dat iemand geïnspireerd raakt door een liedje en actie voert die wel naar de parlementaire democratie doordruppelt. Het heft in eigen handen nemen, zelfs al heeft het geen directe politieke effecten, geeft hoe dan ook een gevoel van zelfbeschikking.”
“Anger is an energy” dus, zoals John Lydon zong bij Public Image Ltd., maar met nuance. “Onder die woede van punk zit volgens mij veel verdriet over hoe het met de wereld gaat, het soort verdriet dat je alleen kunt uiten door heel erg boos te zijn over dingen waar je geen grip op hebt. Wij stonden met Hang Youth op Pinkpop met een koor van mensen die mooi harmonisch alles meezongen. Sommigen stonden te huilen, en dat vond ik eigenlijk nog mooier dan moshen.”
Recent Comments